Hoofdstuk VII. Pathologische anatomie en genetische onderzoeken - Afdeling I. Pathologische anatomie - Art. 32. - § 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van geneesheer, specialist in de pathologische anatomie (A) vereist is - a) Histologische onderzoeken : Immunohistologische onderzoekingen voor het aantonen van antigenen in de weefselcoupes na incubatie met antisera, per gebruikte antiserum : De volgende (maximum drie), elk
| Hoofdstuk | CH07 - Hoofdstuk VII. Pathologische anatomie en genetische onderzoeken |
|---|---|
| Artikel | Art. 32. |
| Subartikel | 32§1.a - a) Histologische onderzoeken |
| Groep N | N63 - Pathologische anatomie - Artikel 32 |
| Categorie | Codenummer nomenclatuur |
| Sector |
| Geldig van | 1985-04-01 |
|---|---|
| Geldig tot | 1999-06-30 |
| Sleutelletter | B (B000) x 690 = - Waarde: - |
| Basistarief | - |
| Korte omschr. | IMM-HIST.OND.AS |
| Overeenstemmend | 588092 |
Geen tarieven beschikbaar.
Geen cumulatieregels bekend voor dit codenummer.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 1. Elke verstrekking wordt in deze nomenclatuur aangeduid met een rangnummer vóór de omschrijving van de verstrekking.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 2. De omschrijving van elke verstrekking wordt gevolgd door een sleutelletter :
de sleutelletter is N voor de adviezen, bezoeken door en raadplegingen bij welke arts of tandheelkundige ook, alsmede voor sommige technische verstrekkingen van doctors in de genees-, heel- en verloskunde,
D voor de beschikbaarheid,
E voor de verplaatsing van de algemeen geneeskundige met verworven rechten of erkend huisarts,
B en F voor de verstrekkingen inzake klinische biologie en de verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde in vitro,
K voor de andere technische verstrekkingen van doctors in de genees-, heel- en verloskunde,
A en C voor het toezicht door welke arts ook op een in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende,
I voor de percutane interventionele verstrekkingen onder medische beeldvormingscontrole,
L voor de technische verstrekkingen van tandheelkundigen,
V voor die van vroedvrouwen,
M voor die van kinesitherapeuten
en W voor die van verpleegsters en verzorgingspersoneel;
de sleutelletter is Z voor de verstrekkingen welke tot de bevoegdheid behoren van opticiens,
S voor die welke tot de bevoegdheid behoren van gehoorprothesisten,
Y voor die welke tot de bevoegdheid behoren van bandagisten,
T voor die welke tot de bevoegdheid behoren van orthopedisten,
U voor die welke tot de bevoegdheid behoren van verstrekkers van implantaten,
R voor die van de logopedisten
en Q voor het bijkomend honorarium van iedere geaccrediteerde arts of van iedere geaccrediteerde apotheker-bioloog of van iedere geaccrediteerde licentiaat in de wetenschappen erkend door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten.
Die sleutelletter komt vóór een coëfficientgetal dat de betrekkelijke waarde van elke verstrekking aangeeft.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 3. De sleutelletter is een teken waarvan de waarde in euro bij overeenkomst wordt bepaald: deze waarde kan voor elke sleutelletter verschillen.
§ 4. Op elke nota, opgemaakt ter staving van het verrichten van één of andere verstrekking, moet het in § 1 bedoelde rangnummer vermeld worden.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
Fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker.
§ 4bis.
II. CATEGORIEEN VAN VERSTREKKINGEN.
B. Verstrekkingen waarvan een technisch gedeelte van de uitvoering kan worden toevertrouwd aan gekwalificeerde helpers onder het uitdrukkelijk voorbehoud dat de arts-verstrekker onmiddellijk kan ingrijpen als dat nodig is, onder de voorwaarden die hierna zijn opgesomd onder 1 en 2.
1.
a) De in artikel 18, § 1, vermelde verstrekkingen inzake radiotherapie;
b) de functionele tests inzake klinische biologie met inspuiten van geneesmiddelen bij de zieke (artikel 24), de farmacokinetische proeven in het algemeen (artikel 20).
c) de meting van de "evoked potentials" (E.P.) en van de "event related potentials" (E.R.P.) bedoeld in de artikelen 14, 20 en 22.
Voor de onder B, 1, a) en b) bedoelde verstrekkingen mag de arts-verstrekker het toezicht op de zieke tijdens de bestralingsduur (a) of tijdens het verloop van de proef na toediening van het geneesmiddel (b) aan gekwalificeerde helpers toevertrouwen voor zover het gaat om taken waarvan de uitvoering is omschreven door de arts-verstrekker en door de helper gekend is, de arts hem gepersonaliseerde instructies voor elke zieke heeft gegeven en onmiddellijk kan ingrijpen ingeval de helper hem roept.
Voor de types van verstrekkingen a), b) en c) moet de arts aanwezig zijn in de dienst waar de verstrekking wordt verricht, moet hij op ieder ogenblik kunnen worden opgeroepen en moet hij terstond kunnen ingrijpen. De arts-verstrekker behoort voor elk geval afzonderlijk te oordelen of hij in de kamer moet blijven waar de zieke zich bevindt dan wel of hij in de naburige lokalen mag vertoeven.
2.
a) De verstrekkingen inzake klinische biologie (artikelen 3 en 24, behalve de functionele tests, bedoeld onder littera B, 1, b) van deze paragraaf), inzake nucleaire geneeskunde in vitro (artikel 18), inzake pathologische anatomie (artikel 32), inzake antropogenetica (artikel 33);
b) de radiografieën voor rechtstreeks onderzoek en zonder contrastmiddel van het hoofd, van de hals, van de thorax en van het abdomen, alsmede van de verschillende streken daarvan en van het osteo-articulair stelsel, en de tomografische onderzoeken die daarop betrekking hebben, bedoeld in artikel 17;
c) de metingen inzake densitometrie bedoeld in de artikelen 17 en 18, de metingen van de totale radioactiviteit van het menselijk lichaam alsmede de functionele tests en de scintigrafieën bedoeld in artikel 18, met uitsluiting van die welke zijn bedoeld onder littera A, h) van deze paragraaf.
d) de in de artikelen 13 en 20 vermelde functionele tests inzake pneumologie en gastronterologie;
e) de in de artikelen 3 en 20 vermelde diagnostische verstrekkingen die de registratie van elektrische signalen van verschillende organen omvatten, zoals met name : elektrocardiogram, Holterregistratie, elektro-encefalogrammen van diverse aard al dan niet met stimulatie, oppervlakteelektromyografie, polygrafie en polysomnografie;
f) de in de artikelen 14 en 20 opgenomen diagnostische verstrekkingen die de registratie omvatten van uitgezonden of waargenomen geluidssignalen;
g) de in de artikelen 21 en 22 vermelde therapeutische verstrekkingen die de emissie van fotonen of elektronen omvatten en de in artikel 22 opgenomen baden, toepassing van waterige suspensies en mobiliserende behandelingen;
g) de PUVA behandelingen en de in artikel 22, II, a), 2°, en b), opgenomen verstrekkingen, met uitzondering van de verstrekkingen 558773 – 558784 en 558950 – 558961;
h) het toezicht op de diverse in artikel 20 vermelde types van transfusies van bloed en de derivaten ervan en het toezicht op de diverse in artikel 20 opgenomen types van extrarenale zuivering;
i) het vernieuwen van de in artikel 14 vermelde gipstoestellen.
De onder B, 2, a) tot i) bedoelde verstrekkingen die zijn verricht met de hulp van gekwalificeerde helpers, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering worden aangerekend voor zover de volgende voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen inzake fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker vervuld zijn.
a) Voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen.
De arts-verstrekker moet :
- zich vergewissen van de kwalificatie van zijn medewerkers, hun feitelijke bekwaamheid, hen de aanvullende opleiding geven die nodig is voor de methodes en de werking van de toestellen die hun worden toevertrouwd;
- schriftelijke instructies opstellen voor alle manipulaties en technieken die hun worden toevertrouwd;
- de manier waarop zijn gekwalificeerde helpers de instructies volgen, geregeld controleren;
- de voorwaarden vastleggen en controleren waaraan de aanvragen om onderzoeken moeten voldoen omdat zijn gekwalificeerde helpers het hun toevertrouwde gedeelte kunnen beginnen uitvoeren;
- ervoor waken of de voorwaarden waaronder de technieken op de patiënten worden toegepast, adequaat zijn, of de voorwaarden betreffende het afnemen en bewaren van de monsters correct zijn;
- kwaliteitscontroles invoeren en de resultaten ervan nagaan;
- ter beschikking staan voor ieder verzoek van zijn gekwalificeerde helpers ingeval laatstgenoemden moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van de handelingen die hun zijn toevertrouwd;
- de kwaliteit van het werk van de gekwalificeerde helpers geregeld analyseren;
- voor alle diagnoseverstrekkingen een protocol opmaken met het resultaat en de elementen die nodig zijn voor de interpretatie ervan, om de behandelend arts behulpzaam te zijn voor de diagnose of de behandeling van de zieke. De verstrekkingen die, ten gevolge van wisselvalligheden in de uitvoering ervan, geen betrouwbare resultaten zouden hebben opgeleverd, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering niet worden aangerekend.
b) Voorwaarden inzake fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker.
De arts-verstrekker moet aanwezig zijn in de dienst of in de andere diensten van de inrichting waar zijn aanwezigheid vereist is in het raam van zijn medische activiteit in die inrichting. Hij moet bovendien op elk ogenblik door zijn gekwalificeerde helpers kunnen worden opgeroepen. Onder "inrichting" wordt verstaan, ziekenhuis voor de ziekenhuisarts, polikliniek voor de arts met een groepspraktijk in de ambulante sector of lokalen die zijn spreekkamer vormen, voor de alleenstaande praktizerende.
Die voorwaarden inzake aanwezigheid en beschikbaarheid impliceren:
1. dat de arts in de inrichting aanwezig is voor de therapeutische handelingen, tijdens de volledige duur van het werk van zijn gekwalificeerde helpers en voor de diagnostische handelingen, tijdens de duur van het werk van de meeste van zijn helpers, dat wil zeggen tijdens de normale werkuren in de inrichting;
2. dat hij buiten de werkuren kan worden opgeroepen, met name 's nachts ingeval in de inrichting een wachtdienst met gekwalificeerde helpers is georganiseerd;
3. dat hij tijdens de weekeinden en op de feestdagen aanwezig is gedurende de perioden van de dag waarin het merendeel van de handelingen wordt verricht;
4. dat de maandelijkse lijst van de artsen-specialisten die kunnen worden opgeroepen en in de weekeinden en op de feestdagen aanwezig zijn, wordt neergelegd bij de hoofdarts van de verpleeginrichting of dat de lijst van de praktizerenden wordt neergelegd bij de arts die belast is met de organisatie van de groepspraktijk; die lijsten moeten gedurende de termijn, bepaald in artikel 1, § 8, worden bewaard en ter beschikking zijn van de controle-organen.
De voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen en de voorwaarden inzake fysieke aanwezigheid van de verstrekker welke betrekking hebben op de verstrekkingen inzake klinische biologie (artikelen 3 en 24) en nucleaire geneeskunde in vitro (artikel 18) bedoeld onder het punt II, B, 2, a), zijn eveneens van toepassing op de verstrekkingen verricht door apothekers biologen en licentiaten in de wetenschappen bedoeld in de artikelen 3, § 3, 19, § 5bis en 24, § 5.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 8. Onverminderd de bewaringstermijnen die door andere wetgevingen of door de regelen van de medische plichtenleer zijn opgelegd, moeten de verslagen, documenten, tracés en grafieken waarvan sprake is in de omschrijvingen in deze nomenclatuur, alsmede de verslagen, documenten, tracés en grafieken waarvan sprake is in het hierna volgende lid, evenals de protocollen van radiografieën en van laboratoriumonderzoeken, gedurende ten minste vijf jaar worden bewaard. De gegevens moeten onmiddellijk beschikbaar zijn voor de controles die bij de wet vastgelegd zijn.
Voor de verstrekkingen waarvoor in de omschrijving niet duidelijk een verslag, een document, een tracé, een grafiek wordt gevraagd, moet in het dossier worden aangetoond dat de verstrekking is uitgevoerd.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 10. Een bijkomend honorarium mag voor sommige verstrekkingen worden toegekend als deze worden verricht door een arts of een apotheker-bioloog of een licentiaat in de wetenschappen erkend door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten die de accreditering heeft verkregen onder de voorwaarden en volgens de procedure die zijn vastgesteld in de nationale akkoorden artsen-ziekenfondsen en de overeenkomsten respectievelijk bedoeld in de artikelen 50 en 42 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
De arts die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde arts genoemd.
De apotheker-bioloog die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde apotheker-bioloog genoemd.
De licentiaat in de wetenschappen die door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid erkend is voor prestaties inzake klinische biologie en die zo een accreditering heeft, wordt geaccrediteerde licentiaat in de wetenschappen genoemd.
De raadplegingen, uitgevoerd door een geaccrediteerde arts, alsook de psychotherapeutische behandelingen, uitgevoerd door een geaccrediteerde arts-specialist voor psychiatrie, zijn onderworpen aan dezelfde regels als de overeenstemmende verstrekkingen waarin is voorzien voor de niet geaccrediteerde arts.
Het bijkomend honorarium voorzien in deze paragraaf is niet van toepassing voor de bepalingen voorzien in de artikelen 16, § 5 en 26.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
Tenzij anders vermeld, wordt in deze nomenclatuur voor de verstrekkingen die mogen aangerekend worden door een arts, met de uitdrukking «per jaar» een periode van twaalf maanden bedoeld, van datum tot datum.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 12. In deze nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen wordt beschouwd als :
1° huisarts : de arts die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald;
2° huisarts in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;
3° huisarts op basis van verworven rechten : de arts die is ingeschreven bij de Orde van artsen en die op 31 december 1994 de algemene geneeskunde uitoefende zonder houder te zijn van een getuigschrift van aanvullende opleiding, afgegeven door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid en van wie de toestand niet is geregeld door één van de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;
4° houder van het artsendiploma : de persoon die overeenkomstig de artikelen 3, § 1, en 25, § 1, van het koninklijk besluit van 10mei 2015 houdende coördinatie van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, de geneeskunde mag uitoefenen, en die niet erkend of in opleiding is als huisarts, noch erkend of in opleiding is als arts-specialist in één van de specialismen vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur, noch voldoet aan de onder 3° vermelde criteria van huisarts op basis van verworven rechten;
5° arts-specialist : de arts die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald en waarvan het specialisme is vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur;
6° arts-specialist in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van artsen-specialisten.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 01
§ 13. De houder van het artsendiploma heeft het recht voorschriften op te stellen, een raadpleging te attesteren evenals de verstrekkingen waarvoor de nomenclatuur bepaalt dat ze mogen aangerekend worden door elke arts of verstrekkingen waarvoor hij door de minister die de volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft gemachtigd is ze te verrichten.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 10
De in dit hoofdstuk en de in hoofdstuk VII, afdeling I, vermelde verstrekkingen worden door de verzekering ten laste genomen wanneer ze verricht zijn door een geneesheer, die door de Minister van Volksgezondheid erkend is in één van de volgende hoedanigheden welke in de nomenclatuur als volgt zijn aangegeven :
C, specialist voor anesthesie-reanimatie;
D, specialist voor heelkunde;
DA, specialist voor neurochirurgie;
DB, specialist voor plastische heelkunde;
DG, specialist voor gynecologie en verloskunde;
DH, specialist voor oftalmologie;
DL, specialist voor otorhinolaryngologie;
DO, specialist voor urologie;
DP, specialist in de orthopedische heelkunde;
DR, specialist voor stomatologie;
E, specialist voor dermato-venereologie;
FA, specialist voor inwendige geneeskunde;
FG, specialist voor pneumologie;
FH, specialist voor gastro-enterologie;
FJ, specialist voor kindergeneeskunde;
FL, specialist voor cardiologie;
FM, specialist voor neuropsychiatrie;
specialist voor neurologie;
specialist voor psychiatrie;
FO, specialist voor reumatologie;
specialist voor geriatrie
O, specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie
specialist voor functionele en professionele revalidatie voor gehandicapten;
P, specialist voor klinische biologie;
R, specialist voor röntgendiagnose;
X, specialist in de radiotherapie-oncologie;
specialist voor medische oncologie
XN, specialist voor nucleaire geneeskunde;
A, specialist voor pathologische anatomie.
specialist voor urgentiegeneeskunde
specialist voor acute geneeskunde.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 10
§ 2. De raadplegingen en bezoeken door specialisten, alsmede hun eventuele bijkomende honoraria, de in de hoofdstukken IV, artikel 9, c), V, VII, afdeling I en VIII, vermelde verstrekkingen komen, binnen de in artikel 1, § 4ter, vastgestelde perken, eveneens ten laste van de verzekering wanneer ze verricht zijn door een geneesheer die beschikt over een stageplan dat door de bevoegde erkenningscommissie is goedgekeurd en de administratie van Volksgezondheid aan het R.I.Z.I.V. kennis heeft gegeven van die goedkeuring.
De interne bescheiden van de dienst moeten het mogelijk maken de stagedoende geneesheer die de verstrekkingen onder de in artikel 1, § 4ter, vastgestelde voorwaarden heeft verricht, te identificeren.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 10
§ 3. De Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering publiceert de lijst van de in de §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde geneesheren. De geneesheren die op 31 december 1963 voorkomen op de door het Rijksfonds voor verzekering tegen ziekte en invaliditeit gepubliceerde lijsten van specialisten, zonder de erkenning van de Minister van Volksgezondheid te hebben verkregen bedoeld in § 1, worden vanaf 1 januari 1964 beschouwd als een in § 2 bedoeld stagedoend geneesheer : de bepalingen van deze laatste paragraaf zijn op hen toepasselijk
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 10
§ 4. De handelingen die verwant zijn met de uitoefening van een bepaald specialisme, worden eveneens gehonoreerd wanneer ze verricht zijn door een als specialist voor dat specialisme erkend geneesheer met in achtneming van de opgelegde voorwaarden inzake fysische aanwezigheid en binnen de perken die eventueel zijn vastgesteld op het niveau van de verschillende betrokken specialismen.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 10
§ 4bis. Tijdens de periode die loopt van het einde van zijn stages tot zijn erkenning door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, is de gewezen kandidaat-specialist ertoe gemachtigd de verstrekkingen van zijn specialisme alsmede die van artikel 11 tegen 75 % aan te rekenen.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 1. Worden beschouwd als verstrekkingen waarvoor de bekwaming van arts, specialist in de pathologische anatomie (A) vereist is
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 3. De artsen die als specialist zijn erkend voor een ander specialisme dan pathologische anatomie, mogen, voor de zieken die zij in het raam van hun specialisme verzorgen, de met dat specialisme verwante verstrekkingen aanrekenen voor zover ze de microscopische onderzoeken persoonlijk uitvoeren zonder ze te delegeren aan anderen en op voorwaarde dat zij op dezelfde wijze beantwoorden aan criteria inzake kwaliteit zoals bepaald in het koninklijk besluit van 5 december 2011 betreffende de erkenning van de laboratoria voor pathologische anatomie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 3bis. De apothekers die vóór 1 januari 1980 door de Minister tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort, zijn erkend om verstrekkingen inzake pathologische anatomie te verrichten, mogen die in artikel 32, § 1, bedoelde verstrekkingen verrichten waarvoor ze zijn erkend op voorwaarde dat zij voldoen aan dezelfde erkenningscriteria en op voorwaarde dat zij op dezelfde wijze beantwoorden aan criteria inzake kwaliteit zoals bepaald in het koninklijk besluit van 5 december 2011 betreffende de erkenning van de laboratoria voor pathologische anatomie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
De erkenning vermeldt de verstrekkingen waarvoor zij bevoegd zijn. De bepalingen betreffende de geneeskundige verstrekkingen gelden ook voor de verstrekkingen die door de apothekers vermeld onder § 3bis worden verricht.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 5. De honoraria voor de verstrekkingen inzake pathologische anatomie die worden verricht door een arts-specialist in de pathologische anatomie, mogen niet worden gecumuleerd met de honoraria voor raadpleging in de spreekkamer van de arts of voor bezoek bij de zieke thuis.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 6. De speciale afnames die nodig zijn voor de verstrekkingen inzake pathologische anatomie, worden bijgehonoreerd overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de nomenclatuur.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
§ 7. Voor elk anatomo-pathologisch onderzoek moet een verslag worden opgemaakt.
TOEPASSINGSREGEL ARTIKEL 32
Om te mogen worden aangerekend moeten de verstrekkingen inzake pathologische anatomie die worden verricht door een arts-specialist in de pathologische anatomie aan de volgende voorwaarden voldoen :
1. Voor de patiënt zijn voorgeschreven door een arts die deze patiënt in behandeling heeft, hetzij in het raam van de algemene geneeskunde, hetzij in het raam van een geneeskundig specialisme, hetzij door een tandarts in het raam van tandverzorging. De verstrekkingen inzake pathologische anatomie mogen niet worden voorgeschreven door een klinisch bioloog of een arts-specialist in de pathologische anatomie met uitzondering van verstrekking 591791-591802.
In afwijking van die algemene regel mag de arts, specialist voor pathologische anatomie wijzigingen aanrekenen die zijn aangebracht aan het oorspronkelijk voorschrift van de behandelend arts, voor zover :
- de geneeskundige verantwoording van die wijziging voor elk geval is opgemaakt op grond van objectieve en individuele feiten;
- die geneeskundige verantwoording is opgegeven in de aanvraag om onderzoek en in het antwoord wordt vermeld;
- op het getuigschrift voor verstrekte hulp, bij de bijkomende onderzoeken die overeenstemmen met die wijziging aan het voorschrift is vermeld : "verstrekking aangevraagd door de arts, specialist voor pathologische anatomie.
2. Op het voorschrift voor onderzoeken inzake pathologische anatomie moeten de volgende inlichtingen voorkomen :
- naam, voornaam adres en geboortedatum van de patiënt;
- naam, voornaam, adres en identificatienummer van de voorschrijver;
- datum van het voorschrift en handtekening van de voorschrijver.
- vermelding van de anatomische plaats waar elk staal wordt afgenomen.
3. Op het getuigschrift voor verstrekte hulp moeten de naam, de voornaam en het identificatienummer van de voorschrijvende arts of tandarts, alsmede de datum van ontvangst van de aanvraag in het laboratorium voorkomen. De onderzoeken die tot een zelfde voorschrift behoren, moeten duidelijk zijn gegroepeerd op het getuigschrift voor verstrekte hulp.
4. De voorschriften voor onderzoeken inzake pathologische anatomie moeten door de arts-specialist in de pathologische anatomie gedurende de termijn bepaald in artikel 1, § 8, worden bewaard. Ze mogen voor verificatie worden opgevraagd, zelfs buiten ieder enquête door de Orde der Artsen, de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV, de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen of de gerechtelijke organen.
5. De verstrekkingen worden uitgevoerd in overeenstemming met criteria betreffende kwaliteit zoals bepaald in het koninklijk besluit van 5 december 2011 betreffende de erkenning van de laboratoria voor pathologische anatomie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.
INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 01 - REGEL 01
VRAAG :
Een heelkundige verricht bij een verzekerde een louter esthetische ingreep.
In artikel 1, § 7, van de nomenclatuur is bepaald:
"De ingrepen met een louter esthetisch doel worden niet gehonoreerd, behoudens in de gevallen welke zijn aanvaard in de revalidatie- en herscholings-programma's, bedoeld in artikel 19 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, ten einde de rechthebbende de mogelijkheid te bieden een betrekking te krijgen of te behouden."
Wat is de juiste draagwijdte van die bepalingen ?
ANTWOORD
Zodra het gaat om één of meer louter esthetische verstrekkingen, moet de verzekeringsvergoeding worden geweigerd, ongeacht of het gaat om verstrekkingen inzake heelkunde, anesthesie, assistentie, enz. In artikel 1, § 7, van de nomenclatuur wordt immers gesproken van "ingrepen" in het algemeen. Voorts is het juist dat die bepalingen niet zinspelen op de opneming in een ziekenhuis. De daarmee gemoeide kosten dienen te worden beschouwd als bijkomende kosten die evenmin mogen worden vergoed, krachtens de regel volgens welke de bijzaak de hoofdzaak volgt.
INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 01 - REGEL 02
VRAAG :
Een geneesheer is tegelijkertijd erkend als specialist voor inwendige geneeskunde en voor klinische biologie.
Hoe moeten in dat geval de bepalingen worden toegepast van de artikelen 1, § 6, en 24, § 5, van de nomenclatuur, waarbij de cumulatie van het honorarium voor raadpleging van de specialist voor klinische biologie en het honorarium voor verstrekkingen inzake klinische biologie wordt verboden ?
ANTWOORD
Wegens de dubbele erkenning als geneesheer-specialist moet de verzekering alle verstrekkingen vergoeden die tot elk van die specialismen behoren.
Inzonderheid dient er te worden op gewezen dat de raadpleging van de geneesheer-specialist voor inwendige geneeskunde (102034) mag worden gecumuleerd met technische handelingen inzake klinische biologie voor zover die raadpleging beantwoordt aan de maatstaf die is vastgesteld in de nomenclatuur.
Indien een raadpleging wordt aangerekend, mogen de verstrekkingen inzake klinische biologie worden geattesteerd.
Voorts mag die geneesheer, wanneer hij als bioloog handelt (door andere geneesheren aangevraagde analyses), geen raadpleging attesteren. Alleen de analyses inzake klinische biologie mogen worden geattesteerd.
De voornoemde interpretatieregels zijn van toepassing de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en vervangen de tot op heden gepubliceerde interpretatieregels betreffende artikel 1 (Algemene bepalingen) met name de interpretatieregels gepubliceerd in de rubriek 100 van de interpretatieregels van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.
INTERPRETATIEREGEL ARTIKEL 10 - REGEL 09
VRAAG :
In een dienst voor gynecologie die verscheidene gynecologen telt, worden alle anatomopathologische onderzoekingen verricht door één van die geneesheren die niet is erkend voor anatomopathologie; gaat het in dat geval om verwante handelingen die door de verzekering worden vergoed ?
ANTWOORD
Het begrip "verwantschap" zoals het wordt omschreven in artikel 32, § 3, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, beperkt de verwantschap tot de zieke die de geneesheer, in het kader van zijn eigen specialisme, zelf verzorgt.
Geen attributen.
Immunohistologische onderzoekingen voor het aantonen van antigenen in de weefselcoupes na incubatie met antisera, per gebruikte antiserum : De volgende (maximum drie), elk
Immunohistologische onderzoekingen voor het aantonen van antigenen in de weefselcoupes na incubatie met antisera, per gebruikte antiserum : De volgende, vanaf het tweede (maximum drie), elk